- gezellig
- {{gezellig}}{{/term}}1 [omgang aangenaam makend] enjoyable ⇒ pleasant, sociable 〈van persoon〉, companionable 〈van persoon〉2 [aangenaam voor het verblijf] pleasant ⇒ enjoyable, comfortable, 〈knus〉 cosy3 [aardig, vlot] companionable ⇒ nice4 [neiging hebbend om met anderen te verkeren] social♦voorbeelden:1 een gezellige avond/babbel • a(n) pleasant/enjoyable evening/chateen gezellig mens • a sociable personeen gezellige prater • an entertaining talkereen gezellig uurtje • a pleasant/enjoyable time2 een gezellig hoekje • a snug/cosy cornereen kamer gezellig maken • make a room cosy/snug 〈knus〉; cheer/brighten a room up 〈met bloemen/sprekende kleuren〉3 een gezellige brief • a nice lettergezellig kletsen • chat away pleasantly
Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.